Europa, een verhaal verderOver de redactie
HomeEuro Magazine
Nederlands
De astronomische wijzerplaat van de Praagse klok
Tsjechie · Stad & streek

De Praagse klok: waar vierentwintig uur zonsondergang betekent

Op het Oudestadsplein hangt een klok die de tijd op meerdere manieren tegelijk telt. Eén van die manieren moet het hele jaar door meeschuiven.

De meeste mensen die voor de Orloj staan, wachten op het uurwerkspel. Daarmee missen ze het interessantste: dat dit ding niet één tijd aangeeft maar verschillende, en dat één daarvan elke dag anders staat.

Hoe oud het werkelijk is

Het oudste deel, het uurwerk zelf en de astronomische wijzerplaat, dateert uit 1410. Het werd gemaakt door de klokkenmaker Mikuláš van Kadaň, samen met Jan Šindel, hoogleraar wiskunde en astronomie aan de Karelsuniversiteit.

Dat die twee namen bij elkaar staan, is precies het punt. Dit is geen klok die door een ambachtsman is bedacht en door een geleerde is goedgekeurd; het is een instrument waarin astronomie en fijnmechaniek van meet af aan samen zijn ontworpen.

De eerste vermelding staat op 9 oktober 1410. Rond 1490 kwam er een kalenderplaat bij en werd de gevel in gotische vormen versierd.

De vierentwintig die niet vast staat

Aan de buitenrand van de wijzerplaat staan gouden cijfers in Schwabacher-letter op een zwarte ondergrond. Die geven de Oud-Boheemse tijd aan, ook wel Italiaanse uren genoemd.

In die telling begint de dag niet om middernacht en niet bij zonsopkomst, maar bij zonsondergang. Het cijfer 24 markeert dus het moment waarop de zon ondergaat.

En daar zit de moeilijkheid. Zonsondergang is niet elke dag hetzelfde. In de zomer valt hij uren later dan in de winter. Een wijzerplaat waarop 24 de zonsondergang aangeeft, klopt dus maar één dag per jaar, tenzij je de hele ring meeschuift met de seizoenen. Dat is precies wat er gebeurt: die buitenste cijferring moet worden bijgesteld.

De astronomische klok van Praag

Het is een tijdsopvatting die voor ons vreemd aanvoelt en voor een stad zonder straatverlichting volkomen logisch was. Wat je wilde weten, was niet hoe laat het was maar hoeveel licht je nog had.

Tandwielen die de hemel nabouwen

Binnenin zit de vertaling van al die bewegingen in metaal. De dierenriem draait op een tandwiel met driehonderdvijfenzestig tanden, één voor elke dag van het jaar. Dat tandwiel is met het zontandwiel en het maantandwiel verbonden via een tandwiel met vierentwintig tanden.

Uit die verhoudingen komt de rest voort: waar de zon staat ten opzichte van de dierenriem, in welke fase de maan verkeert, welke dag van het jaar het is. Het is geen weergave van de hemel maar een mechanisch model ervan, dat zichzelf bijhoudt zolang het loopt.

De legende, en wat ervan waar is

Over de klok bestaat een verhaal dat in verschillende vormen wordt verteld, waarin de maker na voltooiing wordt geblindeerd zodat hij nooit iets vergelijkbaars kan maken, en waarin de enige hoop op herstel een jongen is die in de nieuwjaarsnacht is geboren.

Dat verhaal is aantrekkelijk en het klopt niet met wat we weten over de makers. Mikuláš van Kadaň en Jan Šindel zijn gewoon bij naam bekend, met hun beroep en hun universiteit erbij. Dat er over een klok van meer dan zes eeuwen oud een legende is gaan hangen, zegt iets anders: dat mensen bij iets wat ze niet begrijpen liever een verhaal over wraak vertellen dan een over tandwielen.

Wie voor de Orloj staat, kijkt dus naar twee dingen tegelijk. Een instrument dat de stand van zon en maan doorrekent met tandwielen uit de vijftiende eeuw. En een reeks verhalen die eromheen is gegroeid omdat die tandwielen voor de meeste voorbijgangers onzichtbaar blijven.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuur & landschapKunst & museaReizenAan tafelWeer & verwondering