
Horta in Brussel: het licht naar binnen halen, en wat er daarna mee gebeurde
Hij bouwde huizen waarin daglicht tot in de kern doordringt en gebruikte staal waar dat niet hoorde. Zijn belangrijkste gebouw is in 1965 gesloopt.
Een Brussels herenhuis uit de negentiende eeuw is diep en smal. Licht komt binnen aan de voor- en achterkant; het midden blijft donker. Dat was geen ontwerpfout maar het gevolg van hoe percelen werden verdeeld.
Victor Horta besloot dat het anders kon, en de manier waarop hij dat deed is waarom hij er nog toe doet.
Wat hij deed
Horta haalde het daglicht naar binnen door de plattegrond open te breken. In plaats van een reeks kamers achter elkaar maakte hij ruimten die in elkaar overlopen, met een centrale trap onder een glazen dak, zodat het licht van bovenaf tot in het hart van het huis komt.
Dat kon alleen omdat hij het draagwerk anders oploste. Waar een muur stond, kwam een stalen kolom. Waar een balklaag ruimte innam, kwam een ijzeren ligger.
Hij geldt daarom als voorloper van de moderne architectuur, om twee redenen die allebei technisch zijn: zijn open plattegronden en zijn vernieuwende gebruik van ijzer, staal en glas.
Tot zijn bekendste werken horen het Hôtel Tassel, zijn eigen huis en atelier, het Hôtel van Eetvelde, het Hôtel Solvay en het Paleis voor Schone Kunsten.
Waarom het er zo uitziet
De gebogen lijnen waar art nouveau om bekendstaat, worden vaak als versiering gezien. Bij Horta zijn ze grotendeels constructie die zichtbaar is gelaten.
Een stalen kolom hoeft niet weggewerkt te worden achter stucwerk; je kunt hem tonen en vormgeven. De krullen in het smeedwerk van een trapleuning zetten zich voort in de kolom die de verdieping draagt. Sier en draagwerk lopen in elkaar over.

Horta was met die beeldtaal in aanraking gekomen via lezingen en tentoonstellingen van de kunstenaarsgroep Les XX, waar hij kennismaakte met de Britse Arts and Craftsbeweging. In 1893 werd hij bevorderd tot hoogleraar; hij gaf les in grafisch ontwerp voor architectuur aan de Vrije Universiteit Brussel.
Zijn latere werk bewoog trouwens weg van de art nouveau. Het werd geometrischer en formeler, met klassieke elementen zoals zuilen. De stijl waar hij mee wordt vereenzelvigd, was voor hemzelf een fase.
Het gebouw dat er niet meer is
Zijn Volkshuis was ontworpen voor maximaal daglicht, met grote daklichten boven de grote vergaderzaal. Voor een gebouw waarin arbeiders bijeenkwamen, was dat een programmatische keuze: licht en ruimte voor wie daar thuis niet over beschikte.
Het werd in 1965 gesloopt. Er was een internationale petitie tegen, ondertekend door meer dan zevenhonderd architecten. Het gebeurde toch.
De materialen zijn bewaard voor een mogelijke herbouw. Ze zijn uiteindelijk verspreid geraakt.
Wat dat verhaal waard is
Dat laatste detail is het scherpst. Niet dat er gesloopt werd, want dat gebeurde in die jaren overal. Maar dat er een plan was om het terug te bouwen, dat de onderdelen daarvoor apart zijn gelegd, en dat ze daarna gewoon zijn kwijtgeraakt.
Er staat in Brussel nog steeds veel van Horta overeind, en een deel ervan is te bezoeken. Maar wie in die huizen naar boven kijkt, naar het licht dat door het glazen dak valt, kijkt naar een idee waarvan de meest publieke toepassing is verdwenen.