Europa, een verhaal verderOver de redactie
HomeEuro Magazine
Nederlands
Het voormalige station Musée d’Orsay aan de Seine
Frankrijk · Kunst & musea

Musee d'Orsay: een station dat te kort was voor de trein

Het gebouw werd neergezet voor de wereldtentoonstelling van 1900 en was binnen enkele decennia onbruikbaar. Precies die mislukking heeft het gered.

Aan de linkeroever van de Seine staat een gebouw dat van buiten nog steeds een station is. Grote bogen, een klok in de gevel, een hal met een overspannen dak. Er rijdt alleen al heel lang geen trein meer naar binnen.

Het Gare d'Orsay werd gebouwd tussen 1898 en 1900, in beauxartsstijl, in de aanloop naar de wereldtentoonstelling. Het was bedoeld als kopstation midden in de stad.

Waarom het niet werkte

Een station in een stadscentrum heeft een vaste beperking: de perrons zijn zo lang als de ruimte die er is, en die ruimte groeit niet mee.

Treinen werden in de twintigste eeuw langer. Het perron van Orsay bleef hetzelfde. Wat als modern station was neergezet, werd binnen enkele decennia te kort voor het materieel dat eroverheen moest.

Dat is geen ontwerpfout in de gewone zin. Het gebouw deed wat het moest doen; de eisen schoven eronder weg.

Wat er daarna mee gebeurde

Een groot, leeg, gedateerd stationsgebouw op een dure plek is normaal gesproken een sloopkandidaat. In veel Europese steden is het die kant ook op gegaan.

Hier niet. In 1986 opende in het gebouw een museum, gewijd aan vooral Franse kunst uit de periode tussen 1848 en 1914: schilderkunst, beeldhouwkunst, meubels en fotografie. Het herbergt de grootste verzameling in zijn soort.

Waarom het gebouw bij die collectie past

Dat is geen toeval maar een gelukkige samenloop, en ze verdient uitleg.

Achille Emperaire — Paul Cézanne

De periode 1848 tot 1914 is precies de tijd waarin dit soort stations werd gebouwd. Het gebouw is een tijdgenoot van de kunst die erin hangt. De ijzerconstructie, het glazen dak, de schaal: dat is dezelfde negentiende eeuw die op de doeken staat.

Daar komt iets praktisch bij. Een stationshal is één grote ruimte met daglicht van boven. Dat is bruikbaarder voor een museum dan het klinkt, want schilderkunst uit die periode is voor daglicht gemaakt en niet voor spots.

Wat het zegt over hergebruik

Orsay wordt vaak aangehaald als voorbeeld van geslaagd hergebruik, en dat is het. Maar de les die er meestal uit wordt getrokken, dat je oude gebouwen een nieuwe functie moet geven, is te algemeen om iets waard te zijn.

Het werkte hier om een specifieke reden: de nieuwe functie vroeg precies om de eigenschappen die het gebouw onbruikbaar maakten voor zijn oude. Een te korte perronhal is een ramp voor een spoorwegmaatschappij en een cadeau voor een museum.

Wie een leeg gebouw wil hergebruiken, moet dus niet zoeken naar iets wat er ook in kan, maar naar iets waarvoor de beperking een voordeel is.

En de klok

Het bekendste beeld van het museum is het uitzicht door de grote stationsklok, van binnenuit, met Parijs erachter.

Dat is geen museumingreep. Die klok zat in de gevel omdat reizigers moesten weten hoe laat het was. Dat bezoekers er nu doorheen kijken naar de Sacré-Coeur, is het toevallige gevolg van een gebouw dat zijn oorspronkelijke doel heeft overleefd.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuur & landschapKunst & museaReizenAan tafelWeer & verwondering