Europa, een verhaal verderOver de redactie
HomeEuro Magazine
Nederlands
Het Louvre in Parijs
Frankrijk · Kunst & musea

Het Louvre: een vesting die per ongeluk het grootste museum ter wereld werd

In de kelder staat nog een middeleeuwse burchtmuur. Erboven hangt een collectie waarvan je maar zo’n zes procent kunt zien.

Het gebouw was nooit bedoeld om kunst in te hangen. Het Louvre begon in 1190, onder Filips II, als vesting aan de rand van Parijs.

Dat verleden is niet weggepoetst. In de kelder van het museum staan de resten van die middeleeuwse burcht nog overeind: een ronde donjonvoet en een stuk gracht, binnen in het gebouw. Je kunt eronderdoor lopen voordat je bij de schilderijen komt.

Hoe een verdedigingswerk overbodig werd

Een vesting werkt zolang hij aan de rand staat. Parijs groeide eroverheen, en daarmee verloor het bouwwerk zijn functie. Wat overblijft is een grote, stevige structuur op een dure plek in het centrum.

In 1364 werd het een koninklijke residentie. In de eeuwen daarna werd het gebouw verbouwd, uitgebreid en aangepast aan een leven dat niets met verdediging te maken had.

Wat 1793 betekende

Op 10 augustus 1793 werd het museum gesticht. Dat jaartal is geen detail. Het paleis van de koningen werd, midden in de Revolutie, opengesteld als openbare verzameling.

Daarmee veranderde niet alleen de eigenaar maar het hele idee van wat een collectie is. Wat tot dan toe bij de macht hoorde en werd getoond aan wie werd uitgenodigd, werd iets waar je naar binnen kon lopen.

De cijfers die het museum onmogelijk maken

Hier wordt het duizelingwekkend. Het museum heeft bijna 500.000 werken onder zijn hoede. Daarvan zijn er ongeveer 30.000 tentoongesteld.

Dat is zo’n zes procent. Wie het Louvre volledig bezoekt, in de zin dat hij alles ziet wat er hangt en staat, heeft ruim negentig procent van de verzameling niet gezien en zal dat ook nooit.

Akhenathon and Nefertiti E15593 mp3h8771-gradient.jpg

In 2025 kwamen er negen miljoen bezoekers, waarmee het museum zowel in Frankrijk als wereldwijd op de eerste plaats staat. Negen miljoen mensen die zich verdringen om zo’n zes procent.

Dat verklaart ook iets over de ervaring. De klacht dat het Louvre te druk is en dat je bij de bekendste werken alleen telefoons ziet, gaat over een paar zalen. De rest van het gebouw is vaak opvallend stil. Het museum is niet te vol; een handvol schilderijen is dat.

De piramide als logistiek antwoord

De glazen piramide op de Cour Napoléon wordt meestal besproken als architectuur, en dat is de minst interessante kant ervan.

Het probleem was praktisch. Een paleis dat over eeuwen is gegroeid, heeft geen ingang die op miljoenen mensen is berekend; het heeft poorten en trappen voor een hofhouding. Bezoekers kwamen via verspreide entrees binnen en liepen meteen vast.

De buitenruimten rond de piramide werden op 15 oktober 1988 in gebruik genomen, de ondergrondse hal op 30 maart 1989. Wat die ingreep oplost is de verdeling: iedereen komt op één punt binnen, gaat de grond in en kiest daar zijn vleugel.

In datzelfde jaar openden op de tweede verdieping van de Cour Carrée nieuwe zalen met vroegmoderne Franse schilderkunst. De verbouwing was dus geen gebaar maar een herinrichting van het hele gebouw.

Wat je ervan moet vinden

Het Louvre is geen museum in de zin van een verzameling die iemand heeft aangelegd met een idee erachter. Het is een opeenstapeling: koninklijk bezit, revolutionaire onteigening, veroveringen, aankopen en schenkingen, ondergebracht in een gebouw dat voor iets anders is neergezet.

Dat het niet in één bezoek te overzien is, komt dus niet doordat het slecht is ingedeeld. Het is de uitkomst van achthonderd jaar waarin niemand ooit besloot dat het af was.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuur & landschapKunst & museaReizenAan tafelWeer & verwondering