
Bouillabaisse: de soep van de vis die niemand wilde kopen
Wat nu op de duurste kaarten van Marseille staat, begon als datgene wat de vissers niet verkocht kregen. De naam verklapt hoe het gemaakt hoort te worden.
Bouillabaisse is in de loop van een eeuw van restverwerking tot luxegerecht geworden, en dat is aan de prijs te zien maar niet aan de herkomst.
Het gerecht werd gemaakt door vissers uit Marseille, van graterige rotsvis. Dat waren de soorten die ze niet aan restaurants of aan de markt kwijt konden: te veel graat, te weinig vlees, te lelijk. Wat overbleef ging in de pot.
Wat de naam zegt
De naam is een gebruiksaanwijzing. Bouillabaisse komt van bouillir, koken, en abaisser, het vuur temperen.
Eerst hard aan de kook, dan terug en zachtjes laten trekken. Dat is precies wat een bouillon van koppen en graten nodig heeft, en wat er misgaat als je hem laat doorkoken of te lang laat staan.
Drie vissen, minstens
Een traditionele bouillabaisse bevat minstens drie soorten vis. Meestal de rode schorpioenvis, de poon en de Europese congeraal.
Dat is geen willekeur. Het zijn soorten met verschillende structuur en verschillend gelatinegehalte; samen geven ze de bouillon body die één soort niet haalt. Dat de vissers dat wisten zonder iets van collageen te hebben gehoord, is het gewone verhaal van keukenkennis: eerst werkt het, daarna komt de verklaring.
Wat het onderscheidt van andere vissoep
Elk kustgebied van Europa heeft een vissoep. Het verschil zit hier in de bouillon: de keuze van Provençaalse kruiden en specerijen.
Venkel, sinaasappelschil, saffraan, tijm en laurier. Vooral die combinatie van venkel en sinaasappel maakt het Provençaals; dat is een smaak die je in een Bretonse of Portugese vissoep niet tegenkomt.
De volgorde is onderdeel van het gerecht
In Marseille wordt de bouillon eerst geserveerd, en de vis daarna apart. Dat is geen presentatievondst van een chef maar de traditionele gang van zaken.
Bij de bouillon komt rouille: een mayonaise van olijfolie, knoflook, saffraan en cayennepeper, uitgestreken op geroosterd brood dat in de soep zakt. Scherp, dik en fel gekleurd, tegenover een bouillon die zoet en kruidig is.
Wie het gerecht in één bord opdient met de vis in de soep, maakt een goede vissoep. Maar dan mist de bouillon zijn moment, en dat moment is waar het gerecht om draait.
Waarom het duur werd
De ironie is bekend maar hier wel erg scherp. Bouillabaisse was armoedekost omdat rotsvis waardeloos was. Toen het gerecht beroemd werd, werd de vis schaars en de prijs hoog.
Vandaag staat het op kaarten waar het meer kost dan het vlees dat de vissers zich destijds niet konden veroorloven. Het gerecht is hetzelfde gebleven; alleen de waarde van het uitgangsmateriaal is omgedraaid.
Zelf maken
Ingrediënten
- 2 kg gemengde stevige zeevis met graat, minstens drie soorten, schoongemaakt
- 1 venkelknol, 2 uien, 1 prei, alles grof gesneden
- 4 tenen knoflook
- 3 tomaten, in stukken
- 1 strook sinaasappelschil
- een royale snuf saffraan
- tijm, laurier, venkelzaad
- olijfolie, zout, peper
- voor de rouille: gepasteuriseerde eidooier ter grootte van 2 dooiers, geschikt voor onverhit gebruik volgens het etiket, 2 tenen knoflook, saffraan, cayennepeper, 200 ml olijfolie, snufje zout
- geroosterde plakken stokbrood
Bereiding
- Vraag de visboer om koppen en graten apart. Daar zit de soep in; het visvlees is bijzaak voor de bouillon.
- Fruit venkel, ui, prei en knoflook in olijfolie tot ze zacht zijn. Voeg tomaat, sinaasappelschil, kruiden en saffraan toe.
- Voeg koppen en graten toe en net genoeg water om alles onder te zetten. Kook dertig tot veertig minuten, niet langer; vissoep wordt bitter als hij te lang trekt.
- Zeef de bouillon en druk het vaste deel goed uit. Breng op smaak.
- Maak de rouille met gepasteuriseerde eidooier die volgens het etiket geschikt is voor onverhit gebruik. Wrijf knoflook, saffraan, cayenne en zout tot een pasta, klop de gepasteuriseerde dooier erdoor en voeg al kloppend langzaam de olie toe. Gebruik hiervoor geen rauwe schaaleieren. Bewaar de rouille afgedekt in de koelkast tot het opdienen.
- Verhit de bouillon en gaar daarin de vis in stukken, van stevig naar teer, in enkele minuten.
- Dien de bouillon eerst op, met geroosterd brood en rouille. De vis komt daarna, apart. Dat is geen presentatievondst maar de traditionele volgorde.
Allergenen: vis, ei, gluten. Vis in de soep, ei in de rouille, gluten in het geroosterde brood. Voeg je schaal- of schelpdieren toe, dan komen die erbij.
Bewaren: Zet overgebleven bouillon binnen twee uur afgedekt in de koelkast en gebruik binnen twee dagen. Gaar de vis bij voorkeur vlak voor het opdienen. Maak de rouille vlak voor de maaltijd en houd haar gekoeld; volg ook de bewaarinstructies op het eiproduct.