
Donana: de tussenstop tussen twee continenten
Waar de Guadalquivir de Atlantische Oceaan bereikt, ligt een moerasgebied van groot belang voor trekvogels. De bescherming kreeg een impuls door een grondaankoop in 1963; in 1969 volgde het nationale park.
Doñana ligt in het zuidwesten van Spanje, in Las Marismas: de delta waar de Guadalquivir in de Atlantische Oceaan uitmondt. Het is een gebied van moerassen, ondiepe stromen en duinen.
De naam komt van Doña Ana de Silva y Mendoza, echtgenote van de zevende hertog van Medina Sidonia. Dit was jachtgebied van de adel voordat het iets anders werd, en dat verklaart mede waarom het niet eerder is drooggelegd.
Waarom hier zoveel vogels komen
Vogels die tussen Europa en Afrika trekken, moeten de Middellandse Zee of de Atlantische Oceaan over. Dat is een stuk waar niet gerust kan worden, en dus is wat eraan voorafgaat bepalend.
Doñana ligt precies op die plek: het laatste grote wetland voor de oversteek, en het eerste erna. Duizenden Europese en Afrikaanse trekvogels doen het gebied aan.
Dat maakt het anders dan een reservaat waar een soort het hele jaar woont. De waarde van dit gebied zit in doorstroom. Wat hier gebeurt heeft gevolgen voor vogelpopulaties die duizenden kilometers verderop broeden of overwinteren.
Wat er verder leeft
Naast de vogels leven er damherten, edelherten, wilde zwijnen, dassen en Egyptische mangoesten.
En er zijn twee soorten die het gebied zijn bijzondere status geven omdat ze bedreigd zijn: de Spaanse keizerarend en de Iberische lynx. Die laatste is een van de zeldzaamste katachtigen ter wereld en heeft in dit soort landschap zijn laatste bolwerken.
Hoe het beschermd raakte
Een belangrijke stap kwam in 1963: WWF hielp, samen met de Spaanse overheid, bij de aankoop van grond in Doñana. De instelling van het nationale park volgde in 1969. Aankoop en parkstatus zijn dus twee verschillende momenten.
Dat is een andere route dan de gebruikelijke. Meestal wordt een gebied beschermd door regelgeving: er komt een aanwijzing, en wat daar mag wordt beperkt. Hier werd eerst grond gekocht, en pas daarna kwam de rest.
Het reservaat groeide daarna in lagen. Het nationale park dateert van 1969; in 1989 kwam er een natuurpark bij, dat in 1997 werd uitgebreid, waarmee een bufferzone ontstond.
Waarom die bufferzone het punt is
Die bufferzone is meer dan een administratieve schil, en dat heeft met water te maken.
Een moeras is niet te beschermen door er een lijn omheen te trekken, want het water komt van buiten die lijn. Wat er in de omgeving met grondwater, landbouw en onttrekking gebeurt, bepaalt of het gebied binnen de lijn nat blijft.
Dat is de reden dat een park als dit alleen kan bestaan als er iets geregeld is over het gebied eromheen. Een reservaat met een droge omgeving is een reservaat op papier.
Wie er nu doorheen loopt, ziet duinen die langzaam landinwaarts bewegen, ondiepe plassen die per seizoen van vorm veranderen, en een landschap dat er in augustus totaal anders uitziet dan in februari. Dat is geen wisselvalligheid maar de normale toestand van een delta, en precies dat maakt hem zo moeilijk vast te houden.