
Plitvice: meren die hun eigen dammen bouwen
Meren liggen als treden achter elkaar, gescheiden door wallen die niemand heeft aangelegd. Ze groeien nog, en ze kunnen ook bezwijken.
Wie de houten vlonders van Plitvice afloopt, ziet water dat van bassin naar bassin valt over randen die er gemetseld uitzien. Ze zijn niet gemetseld. Ze zijn afgezet, door het water zelf, en ze worden nog steeds hoger.
Het park ligt in het middendeel van Kroatië, in de lagere uitlopers van de Dinariden, en is met bijna dertigduizend hectare het grootste nationale park van het land.
Waarom het water hier steen maakt
De ondergrond is karst: kalksteen waar water doorheen trekt en onderweg kalk oplost. Daardoor is het water in dit stelsel van nature oververzadigd met calciumcarbonaat. Het draagt meer kalk dan het eigenlijk in oplossing kan houden.
Zodra de omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld waar water versnelt, opspat en kooldioxide verliest, slaat die kalk neer. Hij zet zich af op de bodem, op de oevers en op alles wat in de stroom ligt: takken, stenen, planten.
Zo ontstaat travertijn. Laag over laag, tot er een wal staat die het water tegenhoudt en er een meer achter ontstaat. Die wal groeit daarna verder, want het water blijft eroverheen lopen en blijft kalk afzetten.
Mossen als metselaars
Hier wordt het bijzonder. Dit is geen puur scheikundig proces. Levende organismen doen mee, en dan vooral mossen, algen en waterbacteriën.
Die organismen geven de kalk een oppervlak om zich op vast te zetten en beïnvloeden de omstandigheden waaronder dat gebeurt. Het resultaat is een steensoort die poreus is, tegelijk hard en breekbaar, en die de vorm heeft van de planten waarop hij is gegroeid.
Een travertijnbarrière is dus geen dam die op het water is gebouwd, maar een dam die door water en leven samen is opgebouwd, en die alleen blijft bestaan zolang beide blijven werken.
Een landschap dat niet af is
Dat heeft een gevolg dat makkelijk wordt gemist: dit landschap staat niet stil. Het merenstelsel verandert voortdurend, doordat barrières groeien en doordat ze eroderen.

Een wal kan bezwijken. Dan loopt een meer leeg of verandert zijn vorm, en verderop begint ergens anders een nieuwe afzetting. Wat je op een foto uit 1900 ziet, is niet precies wat er nu staat, en wat er nu staat is niet wat er over honderd jaar zal zijn.
De meren liggen in twee groepen. De bovenste zijn gevormd op dolomiet, met flauwe hellingen en niet al te steile oevers, omgeven door dicht bos. De onderste zijn kleiner en ondieper en liggen in een kalksteenkloof, met deels steile wanden.
Wat eromheen staat
De bossen zijn geen decor. Ze zijn nodig voor de continuïteit van de geochemische processen in het watersysteem, boven en onder de grond: ze houden het water vast, reguleren de aanvoer en beschermen de samenstelling ervan.
In die bossen ligt vierentachtig hectare oerbos van beuk en zilverspar. En er lopen bruine beren, wolven en lynxen rond, naast veel zeldzame soorten. De weiden staan bekend om hun rijke flora.
De travertijnbarrières zelf zijn ook leefgebied, voor gespecialiseerde gemeenschappen van planten zonder vaatstelsel, mossen dus, die nergens anders zo kunnen groeien.
Waarom dit sinds de negentiende eeuw beroemd is
De aantrekkingskracht van Plitvice is al sinds het einde van de negentiende eeuw erkend, lang voordat er sprake was van massatoerisme.
Dat is niet alleen esthetiek. Het gaat om een zeldzame combinatie: een groot, samenhangend stelsel van meren, gescheiden door natuurlijke dammen, met watervallen ertussen en kleuren die per dag en per seizoen verschillen, allemaal voortgebracht door een proces dat je ter plekke kunt zien werken.
Dat laatste is het mooiste. De meeste landschappen tonen je het resultaat van iets wat lang geleden is gebeurd. Plitvice laat zien wat er nu aan de hand is.