Europa, een verhaal verderOver de redactie
HomeEuro Magazine
Nederlands
Het Akropolismuseum en de Akropolis
Griekenland · Kunst & musea

Het Akropolismuseum: een gebouw als argument

Dit museum is niet alleen gebouwd om beelden te tonen. Het is gebouwd om een tegenwerping te weerleggen, en die opzet is aan elke zaal af te lezen.

Het Akropolismuseum in Athene opende op 20 juni 2009. Het is een museum met een dubbele opdracht, en de tweede is ongebruikelijk: het moest een argument ontkrachten.

De tegenwerping

Over de Parthenonmarmers, de beeldhouwwerken die van het Parthenon zijn gehaald en die zich grotendeels in Londen bevinden, wordt al lang gestreden.

Een van de tegenwerpingen tegen teruggave luidde dat Griekenland geen geschikte plek had om ze te tonen. Dat is een argument over bewaaromstandigheden, klimaatbeheersing en presentatie, en het is als argument lastig te weerleggen met woorden.

Je kunt het wel weerleggen met een gebouw. Het maken van een galerij voor die beelden is daarom bepalend geweest voor alle recente ontwerpvoorstellen voor een nieuw museum.

Hoe dat er is uitgekomen

De besloten prijsvraag werd gewonnen door de in New York werkzame architect Bernard Tschumi, samen met de Griekse architect Michael Photiadis.

De bovenste verdieping is de kern van het antwoord. Die zaal verwijst met haar vorm en verhoudingen naar het Parthenon en volgt de oriëntatie van de tempel, en ligt in het zicht van de Akropolis. De beelden staan er op de plek en in de volgorde waarin ze aan het gebouw zaten, met daglicht door glazen wanden.

Waar een deel ontbreekt omdat het elders is, staat een afgietsel of blijft de plek open. Dat is de scherpste zin die een museum kan uitspreken zonder iets te zeggen. Je ziet het gat.

Wat er onder de vloer bleek te liggen

De Moschophoros: de kalfsdrager

Bij het bouwen kwam er een probleem naar boven dat in Athene zelden uitblijft: er lag al iets.

Opgravingen legden twee lagen bloot van bescheiden woonhuizen en werkplaatsen langs een weg, waarvan één uit de vroege Byzantijnse tijd. Geen tempels of paleizen, maar gewone huizen van gewone mensen.

Dat had een sloop- of verplaatsingsdiscussie kunnen worden. In plaats daarvan is het museum eroverheen gezet, op pilaren, met glazen vloerdelen waardoor je erop neerkijkt terwijl je naar binnen loopt.

Daarmee doet het gebouw iets wat het niet hoefde te doen. Het toont de beelden van de Akropolis én de straat waar het dagelijks leven zich afspeelde, en laat de bezoeker letterlijk over het tweede heen lopen op weg naar het eerste.

Waarom dit museum anders is dan andere

De meeste musea zijn neutraal in hun opzet: een verzameling moet ergens heen, en er komt een gebouw omheen.

Hier is het omgekeerd. Het gebouw voert een standpunt en de collectie bewijst het. Elke ontwerpkeuze, de afmetingen van de bovenzaal, het zicht op de Akropolis, het daglicht, de lege plekken, is te lezen als een zin in een betoog dat al twee eeuwen loopt.

Dat maakt het als architectuur ongewoon doelgericht, en het verklaart ook waarom bezoekers die zich niets van de kwestie aantrekken er toch iets van meekrijgen. Je hoeft het geschil niet te kennen om te merken dat er iets ontbreekt.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuur & landschapKunst & museaReizenAan tafelWeer & verwondering