Europa, een verhaal verderOver de redactie
HomeEuro Magazine
Nederlands
Cortina d’Ampezzo, omringd door de Dolomieten
Italie · Natuur & landschap

De Dolomieten: bergen van een gesteente dat ooit in ondiep water groeide

De bleke torens boven Zuid-Tirol bestaan uit dolomiet. Het materiaal is grotendeels uit het Trias en hoort eerder bij een warme zee dan bij een Alpentop.

De Dolomieten zien er anders uit dan de rest van de Alpen, en dat is geen kwestie van vorm alleen. Het is het materiaal.

Waar veel Alpentoppen uit donker, gelaagd gesteente bestaan, staan hier bleke, bijna witte massieven met verticale wanden en platte daken. Ze kleuren bij zonsopgang en zonsondergang rozerood, en dat verschijnsel heeft er een eigen naam gekregen.

Waar dat gesteente vandaan komt

De geologie van het gebied bestaat uit sedimentair gesteente, namelijk dolomiet, naast vulkanisch gesteente. Het materiaal stamt grotendeels uit het Trias.

Sedimentair gesteente is afzettingsgesteente: het is ergens neergelegd, laag voor laag, meestal onder water. Dolomiet ontstaat in ondiepe, warme zeeën, vaak in verband met riffen en met kalkafzetting door organismen.

Dat betekent dat deze bergen van beneden komen. Wat nu drieduizend meter boven zeeniveau staat, is gevormd op de bodem van een ondiepe zee, in een klimaat dat niets met sneeuw te maken had.

Hoe het omhoog kwam

Het gebergte is gevormd tijdens de Alpiene gebergtevorming: de botsing tussen de Afrikaanse en de Europese plaat, die het hele Alpensysteem heeft opgeduwd.

Het bijzondere is dat deze massieven daarbij grotendeels intact zijn gebleven. Op veel plekken in de Alpen zijn de lagen geplooid, gekanteld en over elkaar geschoven tot ze nauwelijks meer te volgen zijn. Hier staan ze op veel plaatsen nog opvallend horizontaal.

Pisciadu, Sas dla Luesa, Val Culea, Schiefer Tod, Gamsscharte, Murfreit  in the Sella group  and the Gardena Pass in the Dolomites - South Tyrol

Daar komt de vorm vandaan. Horizontale lagen van hard gesteente, opgeheven en daarna aangevallen door water en vorst, leveren geen puntige pieken op maar blokken met steile wanden en vlakke bovenkanten. Wat eraf is, is eraf gebroken; wat staat, staat rechtop.

Waarom ze zo bleek zijn

Dolomiet is lichter van kleur dan de meeste gesteenten waar bergen uit bestaan, en het weerkaatst meer licht.

Dat verklaart zowel de bijnaam de bleke bergen als de rode gloed bij laagstaande zon. Een oppervlak dat licht is en ruw, neemt de kleur aan van het licht dat erop valt; bij zonsopgang en zonsondergang is dat licht roodachtig, en dan wordt de berg dat ook.

Het is dus geen eigenschap van het gesteente zelf maar van de wisselwerking met het licht. Op een bewolkte middag staan dezelfde wanden er grijs en vlak bij.

Wat het gebied groot maakt

Het gebied beslaat bijna zestienduizend vierkante kilometer. Dat is geen bergketen in de zin van één rug, maar een verzameling losse massieven met dalen ertussen.

Die opbouw verklaart waarom het landschap van dorp tot dorp zo verandert en waarom het voor wandelaars zo toegankelijk is: je zit hier zelden aan de voet van één lange wand, maar tussen groepen bergen die elk hun eigen kant opstaan.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuur & landschapKunst & museaReizenAan tafelWeer & verwondering