Europa, een verhaal verderOver de redactie
HomeEuro Magazine
Nederlands
Het Kunsthistorisches Museum aan de Maria-Theresien-Platz
Oostenrijk · Kunst & musea

Twee musea die elkaar aankijken

Aan de Weense Ringstrasse staan twee identieke gebouwen tegenover elkaar. Dat is geen symmetrische gril maar een uitspraak over wat kunst en natuur waard zijn.

Aan het Maria-Theresienplatz in Wenen staan twee gebouwen die elkaars spiegelbeeld zijn. Dezelfde afmetingen, dezelfde gevel, dezelfde koepel, met een plein ertussen.

In het ene zit het Kunsthistorisches Museum, in het andere het Naturhistorisches. Ze zijn gebouwd tussen 1871 en 1891, aan de Ringstraße, en een van de architecten was Karl von Hasenauer.

Waarom er twee zijn

De keizer gaf opdracht tot beide gebouwen tegelijk, met een dubbel doel: een passend onderkomen maken voor de omvangrijke kunstverzameling van de Habsburgers, en die verzameling toegankelijk maken voor het brede publiek.

Dat tweede deel is de reden dat ze er zo uitzien. Een verzameling die in een paleis hangt, hoeft geen gevel; wie wordt uitgenodigd, komt binnen. Een verzameling die publiek wordt, moet een gebouw hebben dat zegt dat je naar binnen mag.

Dat er twee kwamen, en precies gelijke, zegt iets anders. Kunst en natuurwetenschap kregen hetzelfde formaat, dezelfde plek en dezelfde waardigheid. Ze staan niet in rangorde maar tegenover elkaar.

Wat de vorm doet

De gebouwen zijn rechthoekig, met symmetrische gevels in neorenaissancestijl van zandsteen, voorzien van grote boogvensters.

De neorenaissance was daarbij geen willekeurige keuze. Door in de vormentaal van de vijftiende en zestiende eeuw te bouwen, plaatste Wenen zijn nieuwe musea in de lijn van de Italiaanse paleizen waar de collecties vandaan komen, en presenteerde het de verzameling als voortzetting van een Europese traditie in plaats van als eigendom van een familie.

De grote boogvensters zijn intussen gewoon praktisch. Voor een museum van vóór de elektrische verlichting is daglicht geen sfeer maar een voorwaarde.

Portret van sultan Süleyman

Het plein als onderdeel van het gebouw

Wat het ensemble bijzonder maakt, is niet het gebouw maar de opstelling.

Twee identieke volumes met een plein ertussen dwingen tot een vergelijking. Je kunt het ene niet bezoeken zonder het andere te zien staan. De keuze welke van de twee je binnengaat, is een keuze die het ontwerp je opdringt.

Dat was in de negentiende eeuw een uitspraak over hoe een staat zijn kennis ordent: het geschapene en het gemaakte, naast elkaar, even groot.

Waarom dat nu opvalt

Musea worden tegenwoordig zelden zo neergezet. Een nieuw museum is een op zichzelf staand gebouw, vaak juist bedoeld om niet op iets anders te lijken.

Het Weense paar doet het omgekeerde: het bouwt zijn betekenis op uit herhaling. Geen van de twee gebouwen is los te begrijpen, want de helft van wat ze zeggen zit in het feit dat er een tweede is.

Wie er dus komt voor de schilderijen, ziet maar de helft van wat er is neergezet. De andere helft staat aan de overkant van het plein en gaat over iets heel anders.

Rubrieken

HomeStad & streekNatuur & landschapKunst & museaReizenAan tafelWeer & verwondering