
Cinque Terre: vijf dorpen die alleen bestaan dankzij muurtjes
De terrassen boven de Ligurische Zee zien eruit als landschap. Het zijn bouwwerken, en zodra ze niet worden onderhouden, komt de helling naar beneden.
Aan de Ligurische kust liggen vijf dorpen tegen de rotsen: Monterosso al Mare, Vernazza en drie buren, samen de Cinque Terre. Ze zijn onderdeel van het werelderfgoed dat ook Portovenere en de eilanden Palmaria, Tino en Tinetto omvat.
Wat je er ziet, wordt meestal beschreven als schilderachtig. Dat is het ook. Maar het is vooral het resultaat van eeuwenlang zwaar werk.
Wat er is aangelegd
Mensen hebben hier door de eeuwen heen terrassen aangelegd op een ruig en steil landschap, tot aan de kliffen die boven zee uitkomen.
Een terras op zo'n helling is geen afgraving maar een bouwwerk. Er moet een muur komen die de grond tegenhoudt, en daarachter wordt aarde aangebracht om op te telen. Die muren zijn met de hand gestapeld, zonder specie, en ze lopen kilometers door.
Het punt van zo'n constructie is niet alleen dat er iets kan groeien. Het is dat de regen vertraagd wordt afgevoerd. Water dat over een kale steile helling stroomt, neemt grond mee; water dat door terrassen zakt, blijft in het systeem. De muren houden de helling bij elkaar.
Waarom het er nog steeds ligt
Daar zit ook de kwetsbaarheid. Een gestapelde muur zonder specie heeft onderhoud nodig. Stenen zakken, wortels duwen, water zoekt een weg.
Zolang er mensen zijn die van die terrassen leven, worden ze bijgehouden. Zodra de landbouw terugloopt, gebeurt dat niet meer, en dan gaat het langzaam en daarna snel: een muur zakt in, water krijgt vrij spel, en er komt een deel van de helling los.
De bron verwoordt het zakelijk: door de instabiele ondergrond veroorzaken aardverschuivingen regelmatig afsluitingen van delen van de paden. Dat is geen incidentele pech maar een eigenschap van dit landschap.
De paden
Paden, treinen en boten verbinden de dorpen. Met de auto zijn ze alleen met grote moeite te bereiken, en dat is de kern van hun karakter.
Het bekendste pad is de Sentiero Azzurro, het blauwe pad, dat de vijf dorpen met elkaar verbindt. Dat is de route waar de meeste bezoekers voor komen.
Een praktisch punt dat verwarring geeft: paden worden soms nog aangeduid met hun vroegere nummers, terwijl er een nieuwe nummering is. Wie op een oud bordje of een oude kaart afgaat, kan daardoor een ander pad lopen dan hij denkt.
Waarom afsluitingen erbij horen
Bezoekers zijn geneigd een gesloten pad als een teleurstelling te zien, of als slecht beheer. Hier is het eerder het tegenovergestelde.
Een landschap dat door mensen op een steile helling is vastgezet, beweegt. Dat het regelmatig deels dicht is, betekent dat er gekeken wordt en dat er wordt hersteld. Een route die hier nooit dichtging, zou verdacht zijn.
Wat je dus bezoekt, is geen natuurgebied en geen museum, maar een landschap dat alleen blijft bestaan zolang iemand het overeind houdt. De muurtjes waar je langsloopt zijn de reden dat de dorpen er nog zijn.